Parklife
Door Robin van Koert

"... you should get down on your parklife mate ... get some exercise", zong-zei Damon Albarn van Blur in de jaren negentig van de vorige eeuw. In de parken van London wordt flink wat afgezweet, maar daar had Damon het niet over. "It's not about you joggers who go round and round and round", voegde hij ter verduidelijking toe. Doe iets mafs, ga eens lekker uit je bol. Geloof in het onmogelijke. Vertrouw op je eigen optimisme, niet in het pessimisme van anderen. Leef. Daar ging het hem om.

In de week na het miraculeuze weekend van Jelle en zijn wonderpijlen, namen de inwoners van het Engelse stadje Burton-upon-Trent de les van Blur ter harte. Ruim tienduizend fans van het nietige Burton Albion vertrokken naar het "Theatre of Dreams", ofwel het Old Trafford van de Reds van Manchester United. Vijf keer meer dan gemiddeld naar een partijtje van het non-league elftal komen kijken. Waarom? Liefde maakt blind, zeggen ze. Zeker in voetbal. Maar tevens dit. Optimisme als de eerste stap naar succes.

Enkele getallen. Honderdvier. Het aantal treden dat de "Brewers" lager op de ladder van het Engelse voetbal stonden voor aanvang van de wedstrijd. Op zondag 8 januari dwongen de mannen van Nigel Clough een 0 - 0 af na ruim negentig minuten voetbal. Een wonderlijk getal. Twee. Het totaal aantal saves dat de jonge keeper van Albion moest maken voor de dubbelblank. Een jaloersmakend getal. Zeven-honderd-duizend. De hoeveelheid ponden die de club uit de Midlands op haar rekening gestort kreeg na de twee wedstrijden. Gelijk aan hun begroting voor het hele jaar. Dan de wedstrijd. In de vierde minuut vlogen de ruim tienduizend Burton Albion-fans verwachtingsvol van hun stoeltjes. Helaas. De gemiste kans bleef het enige wapenfeit. Uiteindelijk werd het 5 - 0.

Ik hoor trouwe aanhangers van Blauw en Wit al denken. Wat heeft dit alles nou helemaal met onze FC te maken? Niets en alles. De Brabantse hoofdstad is te ver weg van London voor een fietstocht naar De Vliert. Prijsvechters hebben het vliegen goedkoop gemaakt, maar het worden op die manier desondanks dure voetbalkaartjes. De Eurostar is snel, maar alleen tot Brussel, waarna het boemelen begint. Terug naar de fiets. De beste manier om London te ontdekken. Een willekeurige zaterdag. Je stapt op. Slaat willekeurig links- en rechtsaf gedurende enkele uren. Park na park. Overal voetbal.

Duizenden parkvoetballers. Jong en oud. Dik en dun. Fit en snel buiten adem. In veelkleurige shirts of professioneel aandoende outfits. Evenzoveel dromen. Diep in hun hart hopen ze op die ene scout. Die kans op een kans bij een kleine club als Burton Albion, Tamworth of het nog kleinere Nuneaton Borough, het kleine "Boro" dat het "grote" Middlesborough FC aan het wankelen bracht. En dan die fantastische loting. Een uitwedstrijd bij een absolute topper uit de Premiership. De aankomst bij het stadion. De kleedkamers. Overal de foto's van een glorierijk verleden. Alom zichtbaar, en bijna tastbaar, het vertrouwen in een nog mooiere toekomst. En dan schouder aan schouder met de grote sterren het stadion binnenlopen.

Zijn dat slechts mooie dromen? Het grote geld laat geen ruimte meer voor dergelijke romantiek? In het zuiden van London denken ze daar al een tijdje anders over. In het Manchester van na de overname van United door de Glazers is parklife eveneens geen optie voor teleurgestelde fans. Geld was de grote drijfveer achter het vertrek van voetbalclub Wimbledon naar Milton Keynes. Als MK Dons leeft de eens zo roemruchte club nu een zielloos bestaan. De voetbalharten in het zuidwesten van de Britse hoofdstad kloppen nu sneller voor AFC Wimbledon. Opgericht door trouwe supporters van de Dons en hard op weg naar het betaalde voetbal. Voor FC United of Manchester geldt hetzelfde verhaal. Parkvoetballers, jonge talenten en andere dromers van voetbalglorie verschenen op de trials. De besten onder hen vieren nu triomfen in de laagste voetballeague. Promotie is een formaliteit.

Vele jaren geleden, op trapveldjes in de Bossche wijk De Kruiskamp, droomde ik van heldendaden tussen de witte lijnen. In Geel en Zwart was ik vol van het prachtige Blauw en Wit. Opkomst in het stadion van mijn dromen. Luid gejuich van de trouwe Bossche aanhang. Een onverwachte invalbeurt. En dan. Onder het oog van de camera's van Studio Sport en in het licht van de schijnwerpers scoorde ik het doelpunt dat mijn FC het kampioenschap zou brengen. Helaas het bleef een droom. Wat gebeurde wel? Parklife? Nog niet. Mont Ventoux volgde op marathons. Heldendaden op de groene zoden, een bezweet gezicht en modder overal behoren evenwel tot het verleden. Niettemin blijf ik geloven in mijn eigen optimisme, tegen de pessimistische mening van de vele experts in, op een terugkeer naar de gloriedagen van Blauw en Wit. Heya Den Bosch!