| Over knikkers en de kleur van geld Door Robin van Koert "What is the colour of money", zong Hollywood Beyond lang geleden op het album met dezelfde naam. "Blauw" is het antwoord van Jose Mourinho, ofwel "the chosen one", zoals hij zichzelf graag noemt. Met een beetje geel, kan ik daar aan toevoegen. De kleuren van het Chelsea van de Russische miljardair Roman Abramovich. De succesvolle zakenman kijkt niet op een tiental miljoen Britse ponden meer of minder. De Portugese manager maakt een lijstje met spelers, de van ManU afkomstige algemeen directeur hangt daar netjes prijskaartjes aan, Roman haalt het benodigde geld van zijn bankrekening en de spelers zetten hun handtekening. Simpel. Lang geleden droomde ik geregeld van een weldoener voor mijn cluppie. Op de fiets van De Kruiskamp naar De Vliert kwamen we altijd langs de Heineken brouwerij. "Waarom", vroeg ik me dan hardop af, "waarom zou de beroemde brouwer eigenlijk niet onze helden kunnen adopteren?". Ongeveer dertig kilometer zuidelijker had Philips tenslotte het goede voorbeeld gegeven. De Philips Sport Vereniging was misschien niet populair buiten Eindhoven en omstreken, ze wonnen wel veel. Dat leek mij wel wat. De Bossche gemeentebestuurders die toentertijd hun neus hadden opgehaald voor de plannen van de ambitieuze Gerard Philips, waren bij mij niet populair. Als, als toen ... dan, dan hadden we nu ... . De Heineken Sport Vereniging, of wel HSV. In gedachten probeerde ik uit hoe die naam zou klinken. Thuis. Op mijn kamer. Daar zei ik het hardop: Ha-Es-Vee. Een plek voor het stadium had ik eveneens al in gedachten. De brouwerij had immers een eigen voetbalveld. Daar kon je eenvoudig een mooi stadion van maken. Tevens lekker dichtbij huis. Het was inderdaad te mooi om waar te zijn. Erger. In plaats van nationale en Europese glorie dreigde de FC weer eens failliet te gaan. AZ kwam een helpende hand toesteken. De Bossche bevolking bleef onverschillig. De nauwelijks duizend toeschouwers in het stadion namen afscheid van elkaar als bij een begrafenis. Ik wierp een blik op de BVV velden en fietste langs De Wolfsdonken. Misschien kon BVV of, liever nog, Wilhelmina snel naar het betaalde voetbal promoveren. FC Den Bosch overleefde en in het eerste jaar van het nieuwe millennium was het eindelijk raak voor Blauw en Wit. Een succesvolle ondernemer kwam met een zak vol geld, en beloftes van veel meer, bij de Bossche trots binnen. Spelersmakelaars en andere handelaars in voetbaltalent wisten de Brabantse hoofdstad plotseling prima te vinden. Een plattegrondje van Den Bosch was niet nodig. De weg naar De Vliert wees zich blijkbaar vanzelf. De gevolgen zijn bekend. Een snelle promotie werd gevolgd door een evenzo snelle degradatie en de FC ging bijna financieel ten onder. Voor mij was het duidelijk. De Bosschenaren waren niet voor het grote geld weggelegd. Gedachten aan dubbeltjes, kwartjes en guldens en hoe de een nooit de ander zou worden gingen door mijn hoofd. Daar dacht ik aan toen ik zojuist naar de ranglijst van de Eerste Divisie keek. In ieder geval weten de Bosschenaren en hun aanhang dit seizoen weer wat winnen is. Bij de meeste thuiswedstrijden komen bijna vierduizend supporters opdagen. Fans, dat zeker in de eerste plaats, maar toch ook liefhebbers van het spelletje. Ik weet niet of je het clubtrouw moet noemen, maar zeker wel trouw aan waar het allemaal mee begon. Een veld, twee doelen, twee-en-twintig enthousiastelingen en een bal. Een spel werd een schouwspel. De namen Scunthorpe United, Yeovil Town, Leyton Orient en Wycombe Wanderers zeggen de Nederlandse voetbalfan misschien niets, maar het zijn namen van clubs waarvan de aanhang nog steeds voor het spel komt en niet voor de knikkers. Voor mij was, is en blijft de FC mijn club. Het spel om het spel en soms, als Blauw en Wit weer eens de weg naar de Eredivisie weet te vinden, ook een beetje om de knikkers. Als zelfs de FIFA van Sepp Blatter zich echter zorgen gaat maken over de macht van het geld in de voetbalwereld, weet je evenwel genoeg. Het antwoord op de vraag van Hollywood Beyond heb ik in al die jaren niet kunnen vinden. Is het groen, rood of inderdaad blauw met een beetje geel. Eerlijk gezegd maakt het me niet uit. Mijn cluppie kan zonder Abramovichen, Romanovs en andere ondernemers met te veel geld, in welke kleur dat dan ook komt. Het Bossche blauw is de kleur die telt voor mij. Samen met het bijbehorende wit. Al bijna dertig jaar lang. Eredivisie, Eerste Divisie of de nog op te richten Topklasse, het blijft een mooi spel. Voetbal. Vooral in Blauw en Wit. |