Internationalisme
Door Robin van Koert

Gerard Aichorn. Wie bij die naam onmiddellijk aan de onverzettelijke Oostenrijkse postbode en vleugelverdediger met sterke drang naar voren denkt, ziet vrijwel zeker dagelijks een toenemend aantal grijze haren in de spiegel. Of een oprukkende kale schedel. Ik ben geen uitzondering. Wat die grijze haren betreft, tenminste. Voor mij stond hij voornamelijk voor het begin van de, in mijn jeugdige overmoed, onvermijdelijke internationale roem van de FC. Als het een beetje mee zou zitten, zou een Oostenrijkse international deel uit maken van mijn heldenteam.

Dat bleef helaas een dagdroom. Als hardnekkige Eerste Divisie club hadden de Bosschenaren nochtans toch maar mooi een echte buitenlander onder contract. Iets om trots op te zijn. Vond ik toen in ieder geval. In de jaren zeventig was dat namelijk helemaal niet zo vanzelfsprekend. Natuurlijk. Ajax, Feyenoord en PSV hadden allemaal buitenlandse sterren die hun clubkleuren verdedigden. Vaak echter niet meer dan twee of drie. Bij de overige Eredivisieclubs speelde ook nog wel eens een verdwaalde buitenlander. Daar bleef het toentertijd evenwel bij.

Soms was alleen al een weinig voorkomende naam aanleiding een speler als buitenlander aan te merken. Zo las ik in mijn voetbalplaatjesboek dat de FC Twente speler Kalle Oranen een Finse international zou zijn. Later, in mijn tijd bij de zaalvoetballers van Drienerlo in Enschede, was Oranen mijn trainer. De woorden die hij naar me riep toen ik hem een keer bij toeval door de benen speelde maakten aan die Scandinavische illusie een abrupt einde. Kalle was een rasechte Tukker. Met bijbehorende snor. Net zo min een buitenlandse ster als Dick Salm, Martin Breuer of Cor Adriaanse.

Opstellingen met vertrouwd klinkende namen. Elf "Hollandse" mannen en jongens. Het lijkt een typisch geval van "vroeger toen alles toch echt beter was". Het commentaar van Studio Sport bij de wedstrijden klonk geruststellend Nederlands. De doelpuntenmakers waren ware liefhebbers van de "Hollandse pot". De clubs wilden niettemin dolgraag meer buitenlandse voetballers op hun loonlijsten zetten. Het was de UEFA die dat tegenhield. De bescheiden Belgische voetballer Jean-Marc Bosman maakte daaraan een einde. Het begin van de verwarring.

Een goede vriend, een geboren en getogen Amsterdammer en Ajax-aanhanger, herkende de laatste jaren "zijn" club niet meer. Arveladze, Ibrahimovic, Trabelsi, Grygera en Galasek, om maar eens een aantal namen te noemen, spraken hem minder aan dan Stuy, Krol, Kieft, Vanenburg, Van Basten en Cruijff. Samen met vele anderen zocht hij zijn toevlucht tot "onze" nationale trots, Oranje. Vennegoor of Hesselink, Kuijt, Kromkamp, Van der Sar, Van der Vaart en Van Nistelrooij. De vele "VanŐs", Jan, Jan en Dirk geven de nationale ploeg een vertrouwde klank met een vleugje Elfstedentocht. "Hollandser" kan niet.

"Hollands" was ook de FC. Veel buitenlanders in Blauw en Wit kan ik me niet herinneren. Op proef kwamen velen naar De Vliert. Sommigen speelden een aantal wedstrijden, maar vertrokken al snel met de noorderzon. Weinigen bleven hangen. Ik ben hun namen dan ook vergeten. De grote uitzondering op de regel is natuurlijk Josef "De Tovenaar van Tatabanya" Kiprich. Ook hij kwam, speelde een aantal keer mee, scoorde een paar doelpunten en vertrok weer snel, maar wat een speler. Zonder twijfel de meest charismatische voetballer die ooit de Bossche kleuren heeft verdedigd. Tegenwoordig zijn vooral Belgen in trek bij de Brabantse hoofdstedelingen.

Ondertussen zijn Khaled, Urby, Hedwiges, en Ugur regelmatig in een mooi Oranjeshirt te bewonderen. Evenals vroeger Simon Tahamata en Tscheu La Ling. Ibrahim en Isma•l zullen ongetwijfeld volgen. Wat te denken van Salomon? Ik heb geen mening over zijn naturalisatie tot Nederlander. Hij vraagt aan, de minister beslist. Nochtans hebben Philip en Giovanni ook familiewortels in andere, soms verre, windstreken. Wanneer kun je een Nederlander worden? Wanneer ben je een van "ons" en wie bepaalt dat? Ik weet het echt niet. Als Kalou echter de "winner" scoort in de finale van het WK, ga ik gewoon helemaal uit mijn bol. Dat weet ik dan weer wel.