De FC Oranje
Door Robin van Koert

"Alleen Brazilië staat tussen ons en het wereldkampioenschap", zei een voormalige Engelse international na de magere 1 - 0 overwinning op Oostenrijk. Vergeten was de 4 - 1 nederlaag tegen Denemarken. De 0 - 1 tegen Noord-Ierland, zeer pijnlijk, leek uit het nationale geheugen gewist te zijn. In de aanloop naar het WK zal geleidelijk de hele Engelse natie in het wonder gaan geloven. Een einde aan "forty years of hurt", veertig jaren van pijn en vernedering. Voorzichtig zullen de vlaggetjes met het rode kruis van Sint Joris verschijnen. Later ook echte vlaggen. Misschien. Een onwetende bezoeker zal weinig uitingen van de vurige, lang gekoesterde Engelse wens zien.

Vergelijk dat eens met de zee van oranje die over het land achter de duinen zal spoelen, tot en met oranjekleurige vla en yoghurt toe. Een degelijke kwalificatiereeks en vergeleken bij een groot deel van de Nederlandse supporters is de Engelse oud-international nog bescheiden. Helemaal niets staat er volgens de vox populi tussen Oranje en een eerste wereldkampioenschap. Tijdens de voorbereiding voor het WK zal uiteindelijk de gehele Nederlandse natie overtuigd raken van de onvermijdelijke zegetocht van de helden in de oranje shirts. Een einde aan twee-en-dertig jaar van pijn en frustratie over die verloren finale. Een argeloze bezoeker aan ons land zal het weten: Oranje was het beste en zal het opnieuw zijn. Dit keer met beker.

Ik was op vakantie op Texel in die zomer van 1974. Samen met mijn ouders en jongere broer en zus. Gelukkig hadden we televisie. De helden die ik eerder dat jaar in De Vliert met moeite een clubteam had zien verslaan, veroverden de wereld met wondermooi voetbal. Totdat ze niet meer veroverden. Als negenjarig jochie kon ik het allemaal moeilijk bevatten. Het was oneerlijk. Wij waren beter. Zij kregen een onterechte penalty en een doelpunt van de balletjesafwachtende "der Bomber". Tranen stonden in mijn ogen. Beelden van Jongbloed, Suurbier, Krol, Jansen, Haan, Cruijff, Neeskens, Van Hanegem, De Jong, Rep en al die ander wondervoetballers claimden voor altijd een ereplaats in mijn geheugen.

Niettemin bleef Oranje in de jaren die volgden altijd iets van een andere wereld. Ver van mijn bed. De nationale trots leek in een ander universum te spelen dan mijn FC. Gedoemd om nooit samen te vallen met dat van mijn cluppie. Toen kwam de zomer van 1983. Theo de Jong tekende voor FC Den Bosch. Ik herinner me het bericht in het Brabants Dagblad nog goed. Plotseling was Oranje dichtbij. De FC was een echte club geworden. OK, Theo speelde al jaren niet meer in het Nederlands elftal. Natuurlijk, nog steeds had ik geen held van Blauw en Wit het nationale tricot aan zien trekken. Maar toch. Het voelde goed.

Een bescheiden begin, maar de connectie van voetballers uit de Brabantse hoofdstad met Oranje werd steeds sterker. Toen professionals eveneens aan de vier-jaarlijkse Spelen deel mochten nemen, veroverden Roger Schouwenaar en Wim van der Horst hun plek onder de voetballende Oranjehemden. Trots. Dat was het gevoel. Het werd evenwel nog beter. Jan van Grinsven werd geselecteerd voor een interland om het "echie". Later zou de "Witte Socrates" volgen, maar wel als speler van Feyenoord. Geen van beide verscheen echter in het veld. In 1988 werd het voorlopige hoogtepunt bereikt. Hendri Krüzen draagt het felbegeerde tricot. Hij gaat zelfs mee naar het EK, maar komt niet aan spelen toe. Anthony Lurling lukte dat wel op een EK met Jong Oranje.

De Bosschenaren Ruud van Nistelrooij, Theo Lucius en Hans Gilhaus bereikten Neerlands elite via de A2 naar Eindhoven. Vanuit de Eerste Divisie is de stap naar Oranje nochtans onmogelijk. Volgend jaar daarom geen Blauw en Wit in oranje op het WK van de revanche. Paul Verhaegh, Prince Rajcomar en Jordens Peeters houden niettemin de Bossche eer hoog in Jong Oranje, het Olympisch Elftal en Oranje -19. Als ik volgend jaar in de zomer van een hopelijk fantastisch en spannend WK en een herboren Nederlands Elftal geniet, zal ik nog wel eens dromen van mijn eigen blauw en wit gekleurde FC Oranje: Van Grinsven (D), Verhaegh (V), Scholten (V), Peeters (V), Lucius (V); De Jong (M), Krüzen (M), Gilhaus (M); Van der Horst (A), Van Nistelrooij (A) en Lurling (A).