| De eenzaamheid van de langeafstandfan Door Robin van Koert Jarenlang volgde ik de voetbaltrots van de Brabantse hoofdstad van dichtbij. Het liefst staande op de tribune. Als dat niet kon, met de radio tegen mijn oor. Lange tijd in de vergetelheid van de Eerste Divisie. Vanaf 1983 tot en met 1990 echter in de Eredivisie. De gloriejaren van de FC. Studerend in Enschede en, later, werkend in Eindhoven kon ik als supporter van blauw en wit met opgeheven hoofd rondlopen. Mijn cluppie bevond zich verscheidene keren op het randje van Europees voetbal. Het mocht nochtans niet zo zijn. Na de gloriejaren kwamen evenwel een aantal mindere jaren. FC Den Bosch promoveerde nog een keer, maar werd het volgende seizoen genadeloos uit de hoogste divisie geknikkerd. In 1995 volgde het dieptepunt. Een achtiende, en laatste, plaats in de Eerste Divisie. Vier overwinningen, vier gelijke spelen en maar liefst zes-en-twintig nederlagen. Gelukkig woonde ik in die tijd in Ghana, West-Afrika. Internet had Ghana toen nog niet bereikt. Nederlandse krantjes werden ook niet verkocht. Een radio met wereldontvanger had ik niet. FC Den Bosch was opeens heel ver weg. Ik werd een fan op afstand. Grote afstand. Alhoewel ik in Accra regelmatig lekkere potjes voetbal zag, was het gevoel natuurlijk niet hetzelfde. Terug in Nederland woonde ik vervolgens drie jaar in Amsterdam. Dichterbij mijn cluppie. De FC speelde jammer genoeg nog steeds in de Eerste Divisie. Ik volgde blauw en wit via de televisie, de radio, internet en de krant. Bij elke goalflits op de radio ging ik vol verwachting rechtop zitten. Doelpunten van de Bosschenaren begroette ik met gejuich. Na een overwinning liep ik fluitend door de stad. Op maandag zocht ik vervolgens op internet de reacties van journalisten in alle landelijke kranten. Elk positief artikel las ik minstens twee keer. Supporter op afstand, maar het Bossche stadion was binnen bereik. April 1999. Vanuit Amsterdam verhuisde ik naar New York. Gemengde gevoelens, want FC Den Bosch was weer eens op weg naar de Eredivisie. Met grote overmacht werden de blauw-witten aan de hand van de teruggekeerde Arnold Scholten kampioen. Op internet gaf Teletekst het resultaat. Ik was blij, stond met gebalde vuist juichend voor het raam, maar kon mijn vreugde met niemand delen. Het gaf niet. Winnen was tenslotte winnen. Juichen kon je ook alleen in je woonkamer. Blij zijn kon je ook makkelijk in je uppie. Fan op afstand was zo slecht nog niet, dacht ik toen. Als je club won, tenminste, zo bleek al snel. Het seizoen in de Eredivisie was een drama. Nederlagen bleken moeilijker te verwerken in eenzaamheid. Plotseling kreeg ik te veel informatie. Ik wilde het niet weten. Het mocht niet waar zijn. Helaas, het scherm loog niet. Degradatie. New York werd Londen. Teletekst werd RealOne Player. Eindelijk kon ik weer naar NOS Langs de Lijn luisteren. Nerveus zat ik wekelijks achter mijn laptop voor de goalflitsen. Een promotie werd gevolgd door een degradatie via de nacompetitie. De FC ging vervolgens bijna failliet. Ik leefde hartstochtelijk mee, maar wel op afstand. Alleen. In de pub op de hoek wisselde ik fan-op-afstand ervaringen uit met de barkeeper, een supporter van Scunthorpe United. Gelukkig waren de Bosschenaren ook een beetje bekend in Engeland. Dankzij Ruud van Nistelrooij. Hij was op de hoogte. Onder het genot van een Engels biertje bespraken we op maandagavonden onze ellende. Soms vierden we een succes. Meestal niet. Het voelde evenwel toch al iets beter. Augustus 2004. Gespannen volgde ik de eerste wedstrijd van de blauw-witten in de Eredivisie. ADO Den Haag was de tegenstander. Een prachtig doelpunt van Van de Laak besliste het duel. De drie punten waren binnen. Voordat het zover was gierden de zenuwen echter door mijn keel bij elke nieuwsflits. Het verslag vanuit Doetinchem hield me ook op het puntje van mijn stoel. Weer een punt. Met plezier keek ik de westrijden van de FC tegemoet. Fan-op-afstand. In de luie stoel. Spanning, maar ook lekker juichen. Mooi. In Napels volgde ik de wedstrijd tegen RBC. Ongelooflijk. Weer drie punten. Ik was een eenzame, maar zeer tevreden fan. Toen ging het fout. Nederlaag na nederlaag. 0 - 5 bleek de favoriete score van de FC. De nul werd vaak gehouden. Helaas meestal aan de andere kant van het veld. Mijn wekelijkse portie voetbal-via-internet werd afzien. Radioflitsen een kwelling. Rusteloos liep ik tijdens wedstrijden door het huis. Soms optimistisch. Vaak hopend tegen beter weten in. Lijden in eenzaamheid. Januari 2005. Winterstop. Wekenlang geen voetbal in Nederland. In Londen is De Vliert weer ver weg. Ik mis mijn wekelijkse dosis blauw-witte actie via internet. Somberend kijk ik naar buiten. De grauwe winterse luchten leiden niet tot optimisme. Op de televisie maken Engelse clubs duidelijk dat je in januari ook gewoon lekker kan ballen. Vol ongeduld wacht ik op het begin van de tweede helft van het seizoen. Ondertussen volg ik de berichten. Een aanvaller wordt geleend van RKC, Jochen Janssen. Een verdediger is op proef, Steve Olfers. FC Den Bosch - SV Eintracht Trier 3 - 1. Janssen scoort. Het doet denken aan het vorige seizoen. Hopelijk zit het in de naam. Misschien gaat het dan toch nog lukken. Goed voetbal tegen SC Heerenveen, maar geen punten. De volgende tegenstander is AZ. Geen makkelijke herstart. Tussendoor bleef de FC niettemin goed op weg naar Europa via een overwinning op Dordrecht. Na AZ volgt ADO Den Haag uit. Een echte 'zespunter'. Vanachter mijn scherm en via nieuwsflitsen zal ik de blauw-witten volgen. De hoogtepunten en het gejuich vanuit De Vliert. De dieptepunten en de doodse stilte in het Bossche stadion. De vreugde van het succes, maar vooral ook de pijn en het verdriet van de nederlaag. Alleen. De eenzaamheid van de langeafstandfan. Robin van Koert, 29 januari 2005 |