Het lange afscheid?
Door Robin van Koert

Even leek ik de macht over mijn fietsstuur te verliezen. Afgeleid. Zoiets had ik namelijk nog niet eerder gezien. Een man in een enorme blauw-witte pluizenjas kwam uit het 24-uurs supermarktje gelopen. Het leek op het bekende bolletje wol op een ijsmuts, maar dan anders. Vreemder. Enigzins van mijn verbazing bekomen, draaide ik me in het voorbijrijden om in het zadel. Keek nog eens goed. Plotseling zag ik de voetbalsjaal om de nek van de man. Het CFC logo en de bekende gele lijn langs het blauw en wit: een Chelsea aanhanger! Het was woensdag 9 maart, het Londense 'Chelski' van miljardair Abramovich en manager Mourinho had de avond tevoren het Barça van Rijkaard uit de Champions League geknikkerd. Een mooie gelegenheid voor een opvallend jasje moet die supporter gedacht hebben. Helaas heeft die andere blauw-witte aanhang dit seizoen weinig reden tot juichen en nagenieten gehad. De FC lijkt zelfs verscheidene negatieve voetbalrecords te gaan breken in de Eredivisie: het laagste aantal doelpunten of punten, om maar eens wat te noemen. Je zou je blauw-witte shirt en sjaal na weer een verloren wedstrijd van schaamte wel onder je jas willen verbergen. Thuis gekomen alles stilletjes wegstoppen. Het resultaat vervolgens zo snel mogelijk vergeten. Dat wil zeggen, tot de volgende wedstrijd. De echte fan blijft club en clubkleuren immers trouw. Eens blauw en wit, altijd blauw en wit!

Het doet me denken aan die Feyenoord-supporter waarmee ik jaren geleden in de trein van Den Bosch naar Rotterdam zat. Na een mooie wedstrijd van de Bosschenaren tegen de Rotterdammers. Het Feyenoord van JC. Ergens in de vorige eeuw. Meer dan twintigduizend Bossche fans zagen hun helden een knap 1 - 1 gelijkspel afdwingen. Ik was erbij. Na afloop in die trein, op weg naar mijn studentenkamer in Delft, genoot ik heerlijk na van een mooi avondje De Vliert. Een blauw-witte das om mijn nek en een FC-sjaal om mijn pols gebonden. Iedereen mocht het die avond weten: FC Den Bosch was mijn club. Dromend van nog mooiere tijden keek ik afwezig uit het raam naar de vele voorbij flitsende lichtjes van steden en dorpen.

Plotseling gestommel vlakbij. Ik schrok op uit mijn dagdroom. Tegenover me zag ik opeens het bekende rood en wit. Ik schrok. "Vak S!", schoot door mijn hoofd. De aanhang van de Kuipbewoners had immers een geduchte reputatie. Die van de FC helaas ook. Mijn ongerustheid bleek overbodig. De Feyenoord-fan had slechts ternauwernood aan zijn Bossche belagers kunnen ontsnappen na afloop van de wedstrijd. Onbedoeld was hij bij het station aangekomen. Vandaar de trein. Het werd een goed gesprek. Vol lof voor de prestatie van mijn cluppie. Op station Breda hoorden we de NAC-aanhang zingen. De Rotterdammer keek een paar keer nerveus door het raam. Tenslotte vroeg hij om mijn jas. Een oude vete, zo bleek. Het leek hem geen goed idee in z'n wollen trui in Feyenoord-kleuren gezien te worden door de Bredanaars.

We lieten Breda achter ons en ik kreeg mijn jas terug. Ik bedankte met een verbaasde blik op mijn gezicht. "Je kunt maar niet weten", mompelde de Feyenoorder aarzelend. "Een pijnlijk verloren wedstrijd, zelfs vele nederlagen ... dat maakt me niets uit. Daarvoor zal ik mijn rood en wit nooit verbergen", voegde hij zelfbewust toe. Op Rotterdam Centraal namen we afscheid. Ik ging verder naar Delft. Daar aangekomen wandelde ik in het oranje-gele natriumlicht van straatlantaarns naar huis. De das duidelijk zichtbaar om mijn nek en de sjaal om mijn hoofd gebonden. Het was een goed jaar voor Bossche nagenieters. Een aantal weken later liep ik triomfantelijk de examenzaal binnen met mijn FC Den Bosch sjaal: die 3 - 0, je weet wel. Het blauw en wit verhuisde met mij naar Enschede, Eindhoven, Amsterdam, Ghana, New York en Londen. Sjaal, das, shirt, autoshirtje, honkbalpetje, buttons en mok.

Woensdag 6 april 2005. Opnieuw FC Den Bosch - Feyenoord. De Bossche eer staat op het spel. Het grote doel: lijfsbehoud, lijkt immers een onbereikbare droom geworden te zijn. De fans zullen desondanks in blauw en wit naar het stadion komen. Sjaals, shirts, polsbandjes, honkbalpetjes, vlaggen en spandoeken. Verwachtingsvol. Zoals altijd. Ondanks de nederlagen, tegenslagen en teleurstellingen van de afgelopen maanden. Een stunt tegen Feyenoord kan niet alles, maar wel iets goed maken. Het is een moeilijk jaar. Opnieuw een zware klus. Hardop klinkt dan ook de twijfel. Van binnen evenwel dat andere gevoel. Stijgende spanning als de aftrap nadert. Toch nog dat sprankje hoop. Die dromerige gedachte aan een juichende zee van blauw en wit na afloop van de wedstrijd. Eerst echter naar West-Brabant.

RBC Roosendaal. De eerste van de laatste negen wedstrijden voor de Bosschenaren. Negen mogelijkheden de negatieve records niet te breken. Negen keer de kans te werken aan een waardige afsluiting van een lang en pijnlijk seizoen. Negen keer ook met shirt, sjaal, honkbalpetje en mok luisterend naar Radio 1 via internet. Negen keer de eenzaamheid van de langeafstandfan. Negen keer eveneens de verwachting van de blauw-wit geklede aanhang in het stadion, thuis en op verplaatsing, voor de televisie en bij de radio. Negen kansen op een avond of ochtend van nagenieten. Negen gelegenheden voor een hoopvol einde op weg naar een goed begin van het volgende seizoen. Negen afscheidswedstrijden? Laat het dan geen pijnlijk afscheid worden, maar negen stappen op de weg terug.

Robin van Koert, 1 april 2005